De heemtuin is na de bouw van de woningen in 2011 aangelegd.
De ontwerper Ronald Rietveld is uitgegaan van de biotische omgevingsfactor. Dat betekent geen aangelegde bloemen en heestertuin. Maar een landschapstuin beplant met inheemse wilde kruiden en
flora. Een plek waar dieren zich terug kunnen trekken. In onze heemtuin hebben we vele soorten vlinders, eksters, woelmuisjes, roodborstjes, krekels, kikkers, libelles, passerende reigers
waaronder ook de witte reiger en pimpelmees.
De ontwikkeling van een heemtuin is een proces van jaren. Anders dan gecultiveerde tuinen ontwikkeld een heemtuin zich langzaam.
Een bijenhotel in onze heemtuin
In de Blog van 31 augustus heb ik gesproken over het bijenhotel dat binnenkort in onze binnentuin wordt geplaatst.
In onderstaand stukje vinden jullie informatie over de inrichting en onderhoud van een bijenhotel.
Het bijenhotel
Van de inrichting tot het menu: zo begin je een succesvol bijenhotel
Het gaat niet goed met de wilde bijen in Nederland en veel mensen maken zich zorgen. Om wilde bijen te helpen, kunnen mensen een aantal dingen doen: bloemen planten, geen gif spuiten en zorgen voor nestelgelegenheid. Dat laatste is voor velen een vaag begrip, want waar wonen de verschillende soorten wilde bijen precies? Een type nestelgelegenheid is afgelopen tijd enorm populair geworden: het bijenhotel. Maar welke soorten bijen maken gebruik van het hotel, wat gebeurt er achter die gemetselde muurtjes en hoe kan ik mijn hotel goed onderhouden? Tijd voor wat verdieping in de apis-toerismebranche!
Wie checken er in?
De enige bewoners die tot nu toe ben tegengekomen zijn rosse metselbijen (Osmia bicornis), zeer creatieve bijtjes die behalve in bijenhotels ook wel eens nestelen in een sleutelgat of een tuinslang. Maar na een klein literatuuronderzoek blijken er veel meer soorten gebruik te maken van bijenhotels. Zo heb je de wormkruidbij, de lathyrusbij, verschillende soorten maskerbijen, behangersbijen, verschillende klokjes- en tronkenbijen en natuurlijk de metselbijen. Al deze verschillende soorten bouwen een nestje in de buisjes of gangetjes van het hotel. Voor hun nesten gebruiken deze bijen in de natuur vaak bestaande gangen, zoals oude boorgangen van insecten, of knagen nieuwe gangen uit. Dan heb je ook nog de niet residentiële bezoekers, zoals bijvoorbeeld de grote wolbij, die de gangetjes van het bijenhotel gebruiken om te overnachten of te schuilen bij slecht weer. Het hotel kan dus een zeer biodiverse plek zijn!
De inrichting
De verschillende soorten bijen gebruiken allemaal verschillende soorten materialen om hun nestje van te bouwen. Zo heb je soorten die leem of zand gebruiken van precies de juiste vochtigheid. Die bepalen ze door de grond voor te proeven, om vervolgens het materiaal naar eigen inzicht vochtiger te maken door nectar of speeksel toe te voegen. Ook verzamelen sommige soorten plantaardig materiaal, zoals bladeren of hars. Om indringers te weren die het nestmateriaal, het eten of het broed zouden stelen, wordt het gangetje goed afgesloten. Vlakbij de ingang laten de bijen een grote lege ruimte die functioneert als een soort bufferzone, en vervolgens werken ze met zorg aan een extra dikke prop materiaal waarvoor soms zelfs kleine steentjes worden aangevlogen. Je kunt aan de buitenkant van je hotel goed zien welke kamers bewoond zijn. De buisjes zijn dan afgesloten.
Mannetje
Maskerbij Hylaeus sp. Foto:
Tjomme Fernhout
Binnen de muren van de hotelkamers
Maar wat gebeurt er nu precies in zo’n bijenhotel? Vrouwtjesbijen zijn bezig met het maken van nestcellen in de kunstmatig gevormde nestelgangen van het hotel. Allemaal maken ze verschillende kamertjes die ze vullen met een mengsel van stuifmeel en nectar. Hierin leggen ze een eitje waar vervolgens een larve uitkomt die zich tegoed doet aan het stuifmeel (de eiwitbron) en het nectar (de suikerbron). De larve vervelt een aantal keer en wordt een pop waaruit, vaak het volgende jaar, een volwassen bij kruipt. En de heren? Zij hangen vaak rond bij het hotel, wachtend op de, voor het eerst, uit het nest komende vrouwtjes die zij vervolgens enthousiast belagen. Soms met meerdere mannetjes tegelijk. In de nestelgang zijn de cellen die het dichtst bij de uitgang liggen, meestal gevuld met onbevruchte eitjes. Hieruit ontstaan mannetjesbijen die vaak een aantal dagen eerder uitkomen dan de vrouwtjes. Zo hoeven de heren hun ontwikkelende zusjes niet te storen bij het naar buiten te kruipen.
Een bolwerk van diversiteit
Niet alleen bijen gebruiken de kunstmatige nestholtes die de bijenhotels te bieden hebben. Andere vaak geziene gasten zijn verschillende soorten wespen: spinnendoders, muurwespen, behangerswespen, urntjeswespen, schoorsteenwespen, deukmetselwespen, graafwespen en bladluizenvangers. Ook zij maken in de gangetjes een nestje waar ze eten en een eitje achterlaten. De larven van deze wespen zijn geen vegetariërs, zoals de larven van de bijen, maar worden gevoed met verschillende soorten insecten zoals rupsen, spinnen of bladluizen. De moederwesp legt haar eitje in een broedcel en legt er vervolgens een zelf gedood en vervoerd insect bij waarmee de larve zich kan voeden. Als je geluk hebt, kun je dit ook in jouw bijenhotel aanschouwen. Zo’n klein wespje met zo’n grote prooi zien sjouwen voor haar kroost is een indrukwekkend gezicht. De volwassen wespen voeden zichzelf overigens vaak wel met nectar van bloemen.
Ontspannen verblijf in het hotel?
Een bijenhotel klinkt als een heerlijk zonnig vakantieverblijf. In mijn geval zelfs op een toplocatie in de hoofdstad. Maar niets is minder waar. Zoals overal in de natuur liggen parasieten op de loer. Nestparasieten leggen een eitje in de nestkamer die de gastheerbij heeft gemaakt. De parasiet-larve die uit dit eitje komt, eet zowel de bestaande voedselvoorraad op als het ei of de larve van de gastheer. De parasiet hoeft zelf geen voedsel te verzamelen en maakt gebruik van de hardwerkende bewoners. Bekende nestparasieten die je in de hotels kunt vinden, zijn diverse soorten vliegen, oliekevers en mierkevers. Maar het overgrote deel bestaat uit goudwespen, knotswespen en sluipwespen. Ook onder de bijen zijn er zogenaamde koekoeken. Die dringen de nesten van andere soorten bijen binnen en nemen die over. In het bijenhotel kun je hiervan bijvoorbeeld de tube- en de kegelbij tegenkomen. Veel nestparasieten zijn zelf weer nuttig voor het totale ecosysteem doordat zij bijvoorbeeld jagen op bladluizen of bloemen bestuiven. Menselijk medelijden met de getroffen bij is vriendelijk, maar ingrijpen is vaak ongewenst. Laat de natuur rustig zijn gang gaan.